Theorie Examen

Flashcards

Gevaarherkenning flashcards

28 kaarten — de vraag op de voorkant, het antwoord en uitleg op de achterkant. Studeer ze hier en oefen ze daarna met herhaling in CBR Theorie-examen.

Studeer deze met herhaling die focust op je zwakke kaarten — gratis te beginnen in de app.

Download on theApp Store

Voorkant

Je rijdt 50 km/u door de bebouwde kom en nadert een zebrapad waar een voetganger duidelijk wil oversteken. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Voetgangers op of vlak bij een voetgangersoversteekplaats hebben voorrang; je moet remmen en ze laten oversteken (RVV art. 49).

Voorkant

Voor je rijdt een bal de straat op vanaf een stoep met spelende kinderen. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Een bal op de weg betekent dat er een kind achteraan kan komen; rem direct om een aanrijding te voorkomen.

Voorkant

Je nadert een bushalte waar een bus stilstaat met knipperende richtingaanwijzer om weg te rijden. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Binnen de bebouwde kom moet je een lijnbus die wegrijdt vanaf een halte voor laten gaan; remmen is nodig (RVV art. 57).

Voorkant

Je rijdt op een 80 km/u-weg en ziet ver vooruit een file ontstaan. Wat doe je nu al?

Achterkant

Gas loslaten — Door tijdig gas los te laten neem je snelheid weg en houd je afstand zonder abrupt te remmen.

Voorkant

Een fietser voor je op de rijbaan steekt zijn arm uit om linksaf te slaan. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — De fietser gaat afslaan en kruist je koers; remmen geeft hem ruimte om veilig af te slaan.

Voorkant

Je nadert een onbewaakte spoorwegovergang en de rode lichten beginnen te knipperen. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Bij knipperende rode lichten moet je stoppen voor de overgang; remmen is verplicht (RVV art. 62).

Voorkant

Je rijdt op een smalle weg en van rechts komt een tegenligger; er staan auto's geparkeerd aan jouw kant. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — De geparkeerde auto's staan aan jouw kant, dus de tegenligger heeft voorrang; gas loslaten om in te kunnen voegen.

Voorkant

Voor je rijdt een tractor veel langzamer dan jij; je kunt niet veilig inhalen. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — Zonder vrij zicht en ruimte mag je niet inhalen; laat gas los en pas je snelheid aan die van de tractor aan.

Voorkant

Je nadert een kruispunt met groen licht, maar een voetganger steekt nog over op jouw weghelft. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Ook bij groen moet je voetgangers die nog oversteken laten gaan; remmen voorkomt een aanrijding.

Voorkant

Een hond rent zonder lijn vanaf de berm richting de weg. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Een loslopend dier is onvoorspelbaar; rem om te kunnen stoppen als het de weg op rent.

Voorkant

Je rijdt achter een vrachtwagen die zijn rechter richtingaanwijzer aanzet vlak voor een kruising. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — De vrachtwagen gaat rechtsaf en heeft ruimte nodig; laat gas los zodat je niet in zijn dode hoek of draaicirkel komt.

Voorkant

Op een natte weg zie je verderop een scherpe bocht naar links. Wat doe je voor de bocht?

Achterkant

Gas loslaten — Op een natte weg is de grip minder; laat ruim voor de bocht gas los zodat je niet hoeft te remmen ín de bocht.

Voorkant

Een kind op een fiets rijdt slingerend voor je op een fietsstrook dicht langs de rijbaan. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — Een slingerend kind is onvoorspelbaar; laat gas los en houd extra zijdelingse afstand.

Voorkant

Je nadert een gladde, met bladeren bedekte weg in de herfst. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — Natte bladeren maken het wegdek glad; laat tijdig gas los om je snelheid te verminderen zonder te slippen.

Voorkant

Je rijdt in een woonerf waar kinderen op straat spelen. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — In een woonerf mag je stapvoets rijden en hebben voetgangers de hele weg; rem om stapvoets te gaan (RVV art. 44).

Voorkant

Een tegenligger haalt in en komt op jouw weghelft recht op je af. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Bij dreigende frontale botsing rem je en wijk je zo ver mogelijk naar rechts uit.

Voorkant

Je nadert een kruispunt waar van rechts een auto nadert zonder vaart te minderen. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Bestuurders van rechts hebben voorrang; als die niet remt moet jij remmen om botsing te voorkomen (RVV art. 15).

Voorkant

Voor je gaat het verkeerslicht van groen naar geel terwijl je er nog ver vanaf bent. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Geel betekent stoppen als dat veilig kan; omdat je er nog ver vanaf bent, rem je om te stoppen.

Voorkant

Je rijdt op de snelweg en ziet pijlmarkeringen die je naar links sturen vanwege een afzetting. Een auto naast je ziet het niet. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — Laat gas los om ruimte te maken voor de auto die nog moet invoegen door de afzetting.

Voorkant

Een voetganger met een witte stok (blindengeleidestok) staat bij de stoeprand. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Een witte stok wijst op een blinde voetganger die wil oversteken; je moet stoppen en voorrang geven.

Voorkant

Je nadert een scherpe bocht en ziet pas laat dat er een geparkeerde auto half op de weg staat. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Een onverwacht obstakel in je rijlijn vraagt om remmen om een aanrijding te voorkomen.

Voorkant

Je rijdt op een 30 km/u-weg en kinderen lopen op de rijbaan omdat er geen stoep is. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Zonder stoep lopen voetgangers op de rijbaan; rem en pas je snelheid sterk aan.

Voorkant

Voor je remt de auto plotseling hard af doordat er iets oversteekt dat jij nog niet ziet. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Remlichten vooruit waarschuwen voor gevaar dat jij nog niet ziet; rem direct mee om afstand te houden.

Voorkant

Je nadert een onoverzichtelijke uitrit waar een auto staat te wachten om in te voegen. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — De auto kan je over het hoofd zien; laat gas los zodat je kunt reageren als hij toch optrekt.

Voorkant

Je rijdt op een buitenweg en ziet bordje 'overstekend wild'. Het is schemering. Wat doe je?

Achterkant

Gas loslaten — Bij schemering steekt wild vaker over; laat gas los om je snelheid te verlagen en op tijd te kunnen remmen.

Voorkant

Een motorrijder vlak voor je remt onverwacht voor een gat in het wegdek. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Je moet mee afremmen om voldoende afstand tot de motor te houden.

Voorkant

Je nadert een rotonde waar een fietser op het fietspad eromheen voorrang heeft. Wat doe je?

Achterkant

Remmen — Op veel rotondes binnen de bebouwde kom heeft de fietser op het rondgaande fietspad voorrang; rem en geef voorrang.

Voorkant

Het regent hard en je voorruit beslaat; het zicht wordt slecht. Wat doe je met je snelheid?

Achterkant

Gas loslaten — Slecht zicht vraagt om lagere snelheid; laat gas los tot je weer voldoende kunt zien.

Haal je rijbewijs. Begin vandaag.

Gratis te beginnen -- geen account nodig. Eenmalige aankoop voor alles.