Onderdeel 3 · 112 vragen
Inzicht
Pas de regels toe in echte verkeerssituaties: voorrang op kruisingen en rotondes, afslaan, invoegen en veilig anticiperen.
Voorbeeldvragen
Je nadert een gelijkwaardig kruispunt en rechts van je nadert tegelijk een auto. Wie heeft voorrang?
- · Jij
- ✓ De auto van rechts
- · Wie het hardst rijdt
- · De auto van links
Op een gelijkwaardig kruispunt verleen je voorrang aan bestuurders van rechts (RVV art. 15).
Je wilt linksaf slaan en er nadert een tegenligger die rechtdoor gaat. Wie gaat voor?
- · Jij, want jij was er eerder
- ✓ De rechtdoorgaande tegenligger
- · Wie zijn richting aangeeft
- · Niemand
Afslaand verkeer naar links moet tegemoetkomend rechtdoorgaand verkeer voor laten gaan (RVV art. 18).
Je rijdt rechtdoor op een voorrangsweg (gele wybertje) en van rechts wil een auto invoegen. Wie heeft voorrang?
- ✓ Jij, op de voorrangsweg
- · De auto van rechts
- · Wie het eerst optrekt
- · Niemand
Op een voorrangsweg heb jij voorrang; verkeer dat invoegt moet wachten.