Studieonderwerp
Verlichting: dimlicht, groot licht en mistlampen
Het juiste gebruik van verlichting is een vast examenonderwerp. Weet je wanneer welke lamp aan moet, dan voorkom je foute antwoorden en verblind je anderen niet.
Kernpunten om te onthouden
- ◆ Bij duisternis of slecht zicht is dimlicht (of groot licht) verplicht.
- ◆ Groot licht dim je voor tegemoetkomend verkeer en als je een voorganger nadert.
- ◆ De mistlamp achter mag alleen bij zicht van minder dan 50 meter.
- ◆ Mistlampen voor mogen bij mist, sneeuw of zware regen.
- ◆ Een achtermistlamp die onnodig brandt, verblindt het verkeer achter je.